Zwarte vrijdag
 

Het Albertiplein met op de achtergrond de botermijn na het zware bombardement van 18 augustus 1944. Een Amerikaanse aanval op de spoorbrug miste zijn doel en veranderde twee volkswijken in een mum van tijd in een inferno.
Het Albertiplein met op de achtergrond de botermijn na het zware bombardement van 18 augustus 1944. Een Amerikaanse aanval op de spoorbrug miste zijn doel en veranderde twee volkswijken in een mum van tijd in een inferno.

Het zwaarste bombardement in de oorlogsgeschiedenis van Maastricht vond plaats op vrijdag 18 augustus 1944. Dat was nog geen drie weken voor de bevrijding. Die dag zou de geschiedenis ingaan als Zwarte Vrijdag. Het was een warme, zonnige dag. Om drie minuten over zes in de vooravond verschenen ineens twaalf Amerikaanse bommenwerpers boven de stad. Het waren zogenoemde `Vliegende Forten' van het type B 17. Nog voordat het luchtalarm gegeven kon worden, lieten ze twee ladingen bommen vallen. Hun doelwit was de spoorbrug. De geallieerden wilden zo de verbinding naar Aken afsnijden voor de Duitse troepen, die vanuit België op de vlucht waren. Helaas werd de spoorbrug nauwelijks getroffen en bleef ze intact.

De meeste bommen vielen op twee dichtbevolkte woonbuurten: het `Roed Dörrep' op de Wycker Maasoever en het `Krejje Dörrep', het Quartier Amélie, op de Maastrichter oever. Deze laatste wijk zou nooit meer worden herbouwd. De gevolgen waren verschrikkelijk: 92 Maastrichtse burgers en 17 Duitse soldaten werden gedood. Er waren meer dan honderd gewonden, van wie velen zwaar. 325 huizen werden getroffen waarvan er 29 totaal vernield en 26 onherstelbaar beschadigd werden. De overige 270 getroffen panden waren min of meer te herstellen, al zou dat door gebrek aan bouwmaterialen tot geruime tijd na de bevrijding duren. 1550 mensen waren in een keer dakloos geworden.Twee volle dagen was men bezig de lijken onder het puin vandaan te halen. De lichamen werden in de Dominicanenkerk opgebaard. De begrafenis van deze slachtoffers was indrukwekkend. Een ooggetuige noteerde: `Op dinsdag 22 augustus werden de slachtoffers begraven.

Op 22 augustus 1944 vond op het kerkhof aan de Tongerseweg onder grote belangstelling de begrafenis plaats van de slachtoffers van het bombardement van vier dagen daarvoor
Op 22 augustus 1944 vond op het kerkhof aan de Tongerseweg onder grote belangstelling de begrafenis plaats van de slachtoffers van het bombardement van vier dagen daarvoor

In de Sint-Servaaskerk werd een plechtige Hoogmis opgedragen door Mgr. Lemmens, bisschop van Roermond. Voor de protestantse slachtoffers werd tegelijkertijd een rouwdienst in de Sint-Janskerk gehouden. Tijdens deze diensten stonden de lijkkisten, op karren gestapeld, op het Vrijthof. Na afloop werden ze in een stoet naar het kerkhof aan de Tongerseweg overgebracht. Alle kisten waren met bloemen bedekt. Duizenden mensen zaten reeds uren langs de weg te wachten. Vooral bij het zien van de kleine kistjes konden velen hun tranen niet bedwingen.'

top
Zoeken